korhoen typeviewer

De korhoen is ongeveer zo groot als een kip, de hen heeft een beschut geelbruin verendek en de haan is blauwzwart, met rode wratten boven zijn ogen en witte veren onder een liervormige staart. Ze komt voor van west-Europa tot oost-Siberië in het bosgebied tussen de noordelijke toendra's en de zuidelijke steppen. Daar leven ze op de overgang van naald- en loofbossen naar open terrein zoals heide en hoge venen of in het gebergte rond de boomgrens. In de winter zoeken ze beschutting door tunnels in de sneeuw te graven en in de zomer schuilen ze onder laaghangende dennetakken. Korhoenders zijn polygaam en ontmoeten elkaar alleen op de baltsplaats. Dit is een open plek waar de hanen een groot deel van het jaar vroeg in de ochtend aanvangen met lopen, springen en opvliegen onder het maken van kolderende en sissende geluiden. Met opgeblazen hals, gespreide vleugels en opgezette staart worden schijngevechten aangegaan die verhevigen waneer een haan probeert het midden van de baltsplaats te bereiken of bij het arriveren van de hennen. Verder staan de hennen er alleen voor, bij de bouw van het nest, het bebroeden van de eieren en het voeden van de kuikens laten de hanen zich niet zien. In het begin worden de jongen gevoed met insecten en ongewervelden, een volwassen korhoen eet de katjes, knoppen en loten van struiken en loofbomen en in de zomer allerlei bessen. Zelf is hij weer voedsel voor rovers als de oehoe, havik, vos, lynx en marter.